Ken je dat gevoel? Dat je zó in je hoofd zit, dat een gedachte of scenario bijna net zo echt voelt als iets dat daadwerkelijk gebeurt? Alsof je brein je meesleept in een verhaal waar je helemaal in verstrikt raakt.
M. Guy Thompson schreef in 1994 over een idee van Freud: neurotici hebben de neiging om hetzelfde te reageren op de innerlijke als feitelijke wereld. Ze reageren dus vaak net zo sterk op hun gedachten als anderen zouden doen op echte gebeurtenissen. Als ik eerlijk ben, herken ik dat maar al te goed – niet alleen bij anderen, maar ook bij mezelf.
En dat brengt me bij iets wat ik bij mindfulness steeds opnieuw zie terugkomen: onze geest draait vrijwel altijd op de automatische piloot. De studie van Smallwood en Andrews-Hanna (2013) laat zien dat de geest constant bezig is: scannen, dagdromen, gedachten produceren. En dat onze hersenactiviteit zelfs toe neemt wanneer onze mind dwaalt. Segal, Williams en Teasdale (2018) schrijven dat dit meestal op de automatische piloot gebeurt, en dat is op zich niet verkeerd. Het is voornamelijk een probleem wanneer zich in die auto-piloot niet helpende patronen bevinden. Met momenten in ons leven- wanneer we bijvoorbeeld ziek of gestrest zijn- kan die auto-piloot nogal dramatisch van karakter zijn.
In de auto piloot herkennen we gedachten vaak niet meer als gedachten. Maar beleven ze alsof ze feiten zijn. En wanneer die gedachten beladen zijn met spanning of angst, komt er iets in ons in beweging: de observer, de innerlijke waarnemer. In theorie zou die waarnemer afstand kunnen houden. Maar vaak wordt hij, zodra er lading bij komt kijken, automatisch betrokken bij wat er binnen ons gebeurt. Alsof we geen keuze meer hebben (Nairn, Choden & Regan-Addis, 2019) .
In het model van Nairn, Choden & Regan-Addis (2019) gaat het over de undercurrent en de observer. De onderstroom bestaat uit grove en subtiele gedachten. Grove gedachten zijn herkenbaar: een fantasie, een herinnering, een duidelijke emotie. Subtiele gedachten zijn lastiger: overtuigingen, verwachtingen, oordelen. De waarnemer raakt soms geobsedeerd door die onderstroom, alsof hij erin verleid wordt. Daarin zit precies het punt waar we zo vaak mentaal vastlopen: we geloven het verhaal dat ons hoofd vertelt.
Ik merk dat bijvoorbeeld tijdens meditatie, wanneer ik een oefening in liefdevolle vriendelijkheid doe. Soms denk ik dat het ‘goed doe’ wanneer er het gevoel van warmte of blijheid verschijnt, en ‘slecht doe’ als dat uitblijft. Dat is zo’n subtiele gedachte, een verwachting van hoe iets zou moeten zijn. Het besef dat ik dat idee met me meedraag, opent meteen een nieuwe mogelijkheid: ik kan toelaten wat er werkelijk is. Soms betekent dat dat ik gewoon verdrietig ben. En dat ook dát er mag zijn.
Mindfulness helpt mij om zo nu en dan inbreuk te maken op die keten van van reacties op de innerlijke wereld. Het herinnert me eraan dat gedachten niet meer zijn dan gedachten. Ze zijn geen feiten, geen gebeurtenissen die zich echt voltrekken.
Het mooie is dat alleen al het zien vaak genoeg is. Het zien ís het doen. En in dat moment ontstaat er ruimte – om los te laten, om even niet meer vast te lopen in mijn eigen hoofd. Hetzelfde gebeurt wanneer we heel boos zijn. In plaats van volledig op te gaan in die boosheid, kan er ineens een moment van besef zijn: ik ben boos. Juist dat kleine beetje bewustzijn maakt vaak al verschil. De lading wordt minder zwaar, en soms opent het zelfs de mogelijkheid om andere keuzes te maken – keuzes die we nooit hadden gezien als we waren meegevoerd in blinde woede.
