“Pijn x Weerstand = Lijden.”
Een eenvoudige formule, en tegelijk eentje die veel verklaart (germer, 2009).
Pijn is onvermijdelijk
Pijn kan vele vormen aannemen: lichamelijk, mentaal of emotioneel. Het gaat over iets wat ons leven binnenkomt en ongemak veroorzaakt. Een hernia, ziekte, verlies van een dierbare, druk op het werk. Pijn gebeurt. Niet omdat we iets fout doen, maar omdat we leven.
Weerstand is alles wat we doen om die pijn niet te willen voelen. Het eindeloze nadenken, analyseren, piekeren. De drang om het weg te krijgen. Waarom is dit er? Hoe kom ik hier vanaf? Wat als het nooit overgaat?
En precies daar ontstaat lijden. Niet door de pijn zelf, maar door de extra laag die we eraan toevoegen — fysiek, mentaal en emotioneel. Vaak blijven we dat doen, laag op laag.
Waarom lachen vanzelf stopt
Als we lachen, laten we het gebeuren. We verzetten ons er niet tegen. We hoeven niet te begrijpen waarom we lachen of hoe we kunnen stoppen. En daarom eindigt lachen vanzelf.
Met pijn doen we precies het tegenovergestelde. We willen het niet. We duwen het weg. En voor we het weten, zijn we uren in het verleden of in een toekomst vol zorgen beland. Zo wordt pijn iets wat ons hele leven kan gaan bepalen.
We zeggen wel eens: pijn is onvermijdelijk, lijden is optioneel. Dat klinkt misschien groot, maar het wordt duidelijk als we naar het lichaam kijken.
Maria en haar rug
Bijna iedereen krijgt in zijn leven wel eens rugpijn. Sommige mensen chronisch. Wat opvallend is: twee derde van de mensen zónder chronische rugpijn heeft dezelfde structurele afwijkingen als mensen mét chronische pijn. Dus wat maakt het verschil?
Neem Maria. Door haar werk voelde ze plots een scherpe pijn in haar onderrug, uitstralend via haar heupen en benen tot aan haar enkel. De MRI bevestigde een hernia.
Ze stopte met werken. Stopte met yoga en tennis. Ze volgde fysiotherapie en leerde hoe ze moest bewegen en tillen om haar rug te ontzien. Toch nam de pijn alleen maar toe.
Langzaam werd haar leven kleiner. Ze maakte zich zorgen of het ooit nog goed zou komen. Ze zag een toekomst zonder sport, met aanpassingen op het werk, zonder fietsen, zonder vakanties. Daarbovenop kwam zelfverwijt: Had ik beter voor mezelf moeten zorgen? Heb ik iets verkeerd gedaan?
Wat Maria uiteindelijk leerde, was niet hoe ze haar hernia kon wegmaken, maar hoe ze zich anders kon verhouden tot haar klachten. Ze moest haar angst rondom de pijn verminderen en zo snel mogelijk weer normale activiteiten hervatten — zelfs tillen zoals ze gewend was. Niet om de pijn te negeren, maar om te voorkomen dat haar spieren verzwakten door inactiviteit.
Ze ontdekte dat een groot deel van haar pijn voortkwam uit aanhoudende spierspanning, niet alleen uit de structurele afwijking. Spierspanning neemt toe wanneer we niet bewegen, maar ook wanneer we piekeren. En zorgen versterken pijnsignalen.
Maria nam dit serieus. Ze ondersteunde haar herstel met fysiotherapie en regelmatige massage, begon weer gematigd te bewegen en werkte met mindfulness aan haar angst. In de weken daarna verbeterde haar situatie snel.
Sommigen zouden zeggen dat ze geluk had. Maar eigenlijk liet Maria iets anders zien: wanneer we leren omgaan met lijden, krijgt pijn meer ruimte om te herstellen. Pijn hoeft niet langer het middelpunt van ons leven te zijn. We raken minder verstrikt in eindeloze loops waarin alles alleen maar erger voelt.
Het gaat niet over of pijn ‘tussen de oren’ zou zitten. Het gaat over aangeleerde reacties, vaak diep verweven met wie we zijn. Wanneer we die automatische patronen leren herkennen en er anders mee omgaan, kan er ruimte ontstaan voor herstel. Ik heb mensen zien opknappen op manieren die bijna niet te verklaren waren, enkel doordat de stress rondom de pijn begon te verzachten.
